Bernard Arnault, de machtigste man in de luxewereld en baas van LVMH, bezit een aandeel in Richemont. Dat is het moederbedrijf achter Cartier, Van Cleef & Arpels, IWC, Jaeger-LeCoultre, Panerai en Vacheron Constantin. Voor liefhebbers van deze merken klinkt dat verontrustend: gaat de man die Tiffany, Bulgari en TAG Heuer al in zijn portfolio heeft ook Richemont overnemen?
Het antwoord is nee, en de reden zit in een aandelenconstructie die zo slim in elkaar zit dat zelfs Arnault er niet doorheen komt.
Een miljardair met een klein belang
Arnault bevestigde zelf dat hij op persoonlijke titel een belang in Richemont heeft opgebouwd, los van zijn positie bij LVMH. Hij noemde het een "zeer klein belang" en benadrukte dat hij niets tegen Johann Rupert, de voorzitter van Richemont, wil ondernemen. "Ik ken Rupert goed en ik heb hem gezegd dat ik nooit iets tegen hem zal doen", zei Arnault daarover.
Toch is het geen onschuldig zinnetje. Arnault deed exact hetzelfde in 2010 bij Hermès: stilletjes aandelen opbouwen via derivaten, tot zijn belang groeide naar ruim 23 procent. Pas na jarenlange juridische strijd moest LVMH dat belang weer inleveren. Dat precedent maakt elke nieuwe stap van Arnault in de luxesector nieuws, ook een klein Richemont-belang.
Waarom Rupert niet wakker ligt
De reden dat Arnault hier weinig mee kan, zit in de aandelenstructuur van Richemont. Het bedrijf werkt met twee soorten aandelen. De gewone, beursgenoteerde A-aandelen geven één stem per aandeel. De B-aandelen geven tien stemmen per aandeel en zitten allemaal bij Compagnie Financière Rupert, het investeringsvehikel van de familie Rupert.
Het resultaat: met nog geen 10 procent van het totale aandelenkapitaal controleert de familie Rupert ruim de helft van de stemrechten. Wie op de beurs aandelen Richemont koopt, zoals Arnault deed, koopt dus economisch belang, maar geen zeggenschap. Zonder de medewerking van Rupert zelf is een overname praktisch onmogelijk.
Deze structuur bestaat al sinds de oprichting van Richemont, toen de internationale belangen werden losgeweekt van de Zuid-Afrikaanse Rembrandt Group. Het was destijds bedoeld om buitenlandse bezittingen te beschermen tegen politieke risico's, maar het werkt vandaag precies zo goed tegen overnamepogingen uit Parijs.
Voor beleggers is dat een bekend fenomeen: ook bij bedrijven als Google en Meta houden de oprichters via vergelijkbare aandelenklassen de controle, ook al bezitten ze economisch maar een fractie van het bedrijf. Richemont paste dat principe alleen decennia eerder toe, en om een heel andere reden dan Silicon Valley.
De rekensom die een overname sowieso lastig maakt
Zelfs los van de stemrechten zou een overname van Richemont door LVMH bij mededingingsautoriteiten meteen vragen oproepen. LVMH heeft met Bulgari en Tiffany & Co. al twee grote juweliersmerken in huis, en ook Louis Vuitton en Christian Dior Couture voeren eigen sieradenlijnen. Daar Cartier en Van Cleef & Arpels, veruit de twee grootste namen in high jewellery, aan toevoegen zou in de VS en de EU voor stevige weerstand zorgen.
Arnault lijkt zich daar ook van bewust. Tijdens de laatste jaarresultaten van LVMH noemde hij Rupert een "uitzonderlijke manager" en Cartier en Van Cleef & Arpels "twee formidabele merken", maar voegde hij toe dat hij "geen zin heeft om zijn strategie te verstoren". Wel liet hij een deur op een kier: "Ik ken verschillende merken die goed bij elkaar zouden passen, en waarvan ik weet dat de eigenaren er heel blij mee zouden zijn." Een uitspraak die je kunt lezen als een knipoog naar een toekomst zonder Rupert aan het roer, wat gezien zijn leeftijd ooit een reëel scenario wordt.
Richemont draait juist uitstekend zonder LVMH
Wat de discussie extra opvallend maakt: Richemont heeft helemaal geen redder nodig. In het eerste halfjaar van het boekjaar 2026 steeg de omzet met 14 procent bij constante wisselkoersen, goed voor 10,6 miljard euro. De specialistische horlogedivisie, waaronder Jaeger-LeCoultre, Panerai en Vacheron Constantin vallen, boekte voor het tweede kwartaal op rij dubbele-cijfergroei. Cartier verhoogde ondertussen zijn prijzen in de VS met ongeveer 10 procent, een teken van vertrouwen in de vraag, niet van nood.
Vergelijk dat met LVMH zelf, waar de horloge- en juwelendivisie over hetzelfde jaar maar 3 procent groeide, deels gedragen door Tiffany en Bulgari. TAG Heuer kreeg begin dit jaar met Béatrice Goasglas een nieuwe CEO, de eerste vrouw in de 166-jarige geschiedenis van het merk, nadat voorganger Frédéric Arnault (zoon van Bernard) doorschoof naar Loro Piana. Bij Hublot liggen de inkomsten volgens schattingen van Morgan Stanley zelfs zo'n een derde lager dan voor de pandemie.
Wat dit betekent voor jouw favoriete merk
Voor wie een Cartier, IWC of A. Lange & Söhne op de pols draagt, is het goede nieuws dat er voorlopig niets verandert. Richemont blijft zelfstandig, groeit harder dan de concurrentie en heeft een aandeelhoudersstructuur die overnames vrijwel onmogelijk maakt, ongeacht hoeveel aandelen Arnault op de beurs bijkoopt.
Het zegt wel iets over hoe de luxe-industrie momenteel in elkaar zit. Terwijl LVMH-merken als Bulgari en Hublot worstelen met de nasleep van de pandemieboom, oogst Richemont juist de vruchten van decennia bewuste onafhankelijkheid. Dat maakt de komende jaarcijfers van beide concerns interessanter dan ooit, ook al blijft Rupert voorlopig gewoon de baas.