Tijdens Geneva Watch Days 2026 stonden 71 onafhankelijke merken vijf dagen lang in de schijnwerpers, maar één aankondiging viel op om een heel andere reden dan de gebruikelijke limited editions. Fears, het Britse merk uit Bristol, bracht zijn eerste perpetual calendar uit: de Brunswick 39 Perpetual Calendar. Voor een klein merk dat tien jaar geleden nog helemaal niet bestond, is dat een behoorlijke stap.
Geneva Watch Days zelf ontstond niet gepland. Het evenement werd in 2020 uit noodzaak opgezet, nadat Baselworld instortte en de SIHH-beurs werd omgebouwd tot wat nu Watches and Wonders heet. Merken buiten de Richemont-groep hadden opeens geen podium meer, dus richtten acht van hen, waaronder Breitling, Bulgari en MB&F, hun eigen platform op. Zes jaar later is dat uitgegroeid tot de grootste editie ooit, met onafhankelijke makers die evenveel aandacht krijgen als de grote huizen. Precies in die setting past de aankondiging van Fears goed: een klein merk dat laat zien wat het kan, zonder het decor van een miljardenconcern.
Een merk dat veertig jaar niet bestond
Fears werd in 1846 opgericht in Bristol door Edwin Fear en bleef 130 jaar in bedrijf, tot het merk in 1976 de deuren sloot. Pas in 2016, precies 170 jaar na de oprichting, blies Nicholas Bowman-Scargill het merk nieuw leven in. Hij is de achter-achter-achterkleinzoon van de oprichter en nam de naam, de familiegeschiedenis en de ambitie over. Dit jaar viert Fears dus een dubbel jubileum: 180 jaar sinds de oprichting en 10 jaar sinds de heropstart. Een perpetual calendar op zo'n moment lanceren is geen toeval.
De eerste perpetual calendar van het merk
Onder de kast zit een Sellita SW300 als basis, aangevuld met een module van Dubois Dépraz. Het uurwerk draait automatisch op 28.800 trillingen per uur en heeft een gangreserve van 47 uur. Fears heeft de afwerking zelf onder handen genomen: gefrost oppervlak, gepolijste schuine kanten en een rotor in 18-karaats goud.
Waar het echt om draait, is de kalenderfunctie. Het horloge toont uren, minuten, datum, weekdag, maand en maanstand, en telt automatisch mee met kortere maanden en schrikkeljaren. Je hoeft dus nooit zelf bij te stellen, tot het jaar 2100. Wil je weten hoe zo'n eeuwigdurende kalender mechanisch werkt, dan is dat op zich al een klein wonder van tandwielen die precies weten wanneer februari 28 of 29 dagen heeft. Voor de eigenaar betekent het vooral dat er geen jaarlijks bezoek aan de horlogemaker bij komt kijken, al blijft een periodieke revisie voor mechanische uurwerken op de langere termijn wel verstandig.
Design: klein, plat en ingetogen
Vier jaar ontwikkeltijd, gestart door Senior Design Manager Lee Yuen-Rapati begin 2022, leidden tot een kast van 39 bij 37 millimeter en slechts 9,4 millimeter dik. De lug-to-lugmaat is 45,4 millimeter, met een bandbreedte van 20 millimeter. Het roestvrijstalen 316L-kussenkast krijgt een nieuwe architectuur binnen de Brunswick-lijn: platte geborstelde zijkanten, brede gepolijste facetten en een licht holle bezel en bodemplaat.
Dat is opvallend, want de meeste perpetual calendars van gevestigde huizen vallen juist op door hun volume. Denk aan de dikte die nodig is om alle schijven en hefboompjes kwijt te kunnen. Fears kiest voor het tegenovergestelde en blijft met 9,4 millimeter verrassend plat, ook vergeleken met kalenderhorloges van merken die al decennia ervaring hebben met complicaties op dit niveau.
Prijs en de discussie die erbij hoort
De Brunswick 39 Perpetual Calendar kost 26.950 Britse pond inclusief btw, omgerekend zo'n 28.500 Amerikaanse dollar exclusief belasting, of 26.484,50 Zwitserse frank inclusief btw. Fears produceert maximaal 25 exemplaren per jaar en neemt het horloge op als vast onderdeel van de collectie, niet als limited edition. Dat is een opvallend zelfverzekerde keuze voor een merk van deze omvang. De 2026-allocatie is inmiddels volledig uitverkocht en wie nu bestelt, valt onder de 2027-lichting die vanaf mei volgend jaar wordt geleverd.
Niet iedereen is meteen overtuigd. Omdat de basis van het uurwerk een Sellita is en geen eigen manufacture-kaliber, vroegen sommige kijkers zich af of dit niet het duurste Sellita-gebaseerde horloge ooit is. Toch valt de prijs mee zodra je hem naast andere Zwitserse perpetual calendars legt: die kosten vaak fors meer voor eenzelfde complicatie. Een grote merknaam of certificering zegt dus niet alles over wat een horloge waard is, net zoals chronometer-certificering tegenwoordig een andere lading dekt dan vroeger.
Wat dit betekent voor Britse horlogemakerij
Het bijzondere aan de Brunswick 39 Perpetual Calendar is niet alleen de complicatie zelf, maar wie hem maakt. Fears is de eerste Britse merk in de moderne tijd dat een automatische perpetual calendar op de markt brengt, en doet dat meteen als kernmodel in plaats van als voorzichtig experiment. Voor een merk dat tien jaar geleden nog uit één winkel in Bristol bestond, is dat een duidelijke stap richting het hogere segment van de horlogewereld.
Voor de Britse horlogemakerij is dit een signaal dat er meer kan dan alleen instapmodellen met een mooi verhaal. Voor kopers betekent het een alternatief voor de bekende Zwitserse namen: een complicatie die er evengoed staat, geleverd door een merk met een geschiedenis die net zo boeiend is als het horloge zelf. Of dat over een paar jaar ook de rest van de markt overtuigt, valt nog te bezien, maar de eerste stap is in elk geval gezet.